NRZ

Nationaal Platform Zwembaden | NRZ

Overlevingszwemmen voor jonge kinderen

07/2013 - Wie zoekt op YouTube vindt ze in overvloed: filmpjes van dreumesen en peuters die in een zwembad vallen, zich op de rug draaien en om hulp roepen. Of zelf naar de kant peddelen. Het lijkt misschien ongelofelijk, maar het is precies wat jonge kinderen leren tijdens de cursus overlevingszwemmen. Zwemonderwijzer Juliët van der Linden: "Als je plezier in je les brengt, krijg je alles voor elkaar."
Gemeengoed is het overlevingszwemmen voor jonge kinderen nog niet in de Nederlandse zwembaden, maar dat verandert. Anja van Raam, die de opleiding voor zwemonderwijzers op het gebied van overlevingszwemmen geeft, merkt dat de vraag groeit. Van Raam geeft de training samen met Peter Verberne en beiden zijn zeer ervaren opleiders. Van Raam begon in 1978 met het baby-, peuter- en kleuterzwemmen en gaf sinds 1980 de training ouder-kind-zwemmen voor zwemonderwijzers. Daar stopte ze mee, maar een aantal jaar geleden werd ze gevraagd terug te komen bij de opleiding. "Toen merkte ik dat er niets veranderd was! De training was niet meer van deze tijd." En dus zette ze een nieuw programma op.

Zonder ouders
Zwemonderwijzer Juliët van der Linden volgde één van de eerste trainingen overlevingszwemmen bij NPZ Scholing & Training. Het zwembad waar ze werkt, de Tweesprong in Roelofarendsveen, was één van de eerste zwembaden die de cursus aanbood. Ze geeft de cursus nu ruim een jaar. "Wij nemen kinderen aan vanaf tweeënhalf jaar en dat loopt heel goed. Ouders zijn geïnteresseerd omdat er hier veel water in de buurt is."

Het grote verschil tussen het klassieke ouder-kind-zwemmen en het overlevingszwemmen is de rol van de ouder. Bij het ouder-kind-zwemmen is de ouder altijd in de buurt en springt het kind van de kant bijvoorbeeld naar de ouder toe. De cursus overlevingszwemmen voor jonge kinderen wordt idealiter zónder ouders gegeven. Van Raam: "Ik hanteer de stelregel dat de cursus voor de allerkleinste kinderen mét ouders plaatsvindt, vooral omdat de kinderen dan nog niet goed zonder vader of moeder durven. Maar vanaf twee tot tweeënhalf gaan de kinderen alleen." Als het zwembad het aandurft tenminste. "Voor sommige aanbieders van de cursus is die stap nog te groot."

Technieken
Hoe gaat de training in zijn werk? Van Raam werkt met een speelvak en een werkvak in het zwembad. In het speelvak doen de kinderen onder begeleiding van een zwemonderwijzer spelletjes, maken ze plezier en wennen ze aan het water. In het werkvak worden de overlevingstechnieken aangeleerd: eerst één op één met de (andere) zwemonderwijzer en later in wat grotere groepjes. Die overlevingstechnieken houden in dat het kind zich, zodra het in het water belandt, op de rug draait. Om dat aan te leren pakt de zwemonderwijzer het kind onder water vast en laat hem een draai vanuit de heup maken. "Sommige kinderen leren dat in één les", weet Van Raam. De kinderen draaien richting de kant en leren daar zelf op te klimmen. "De volgende stap is dat ze ook een afstand door het water overbruggen." De kinderen zijn nog te jong om echte zwemslagen te leren, dus ze bewegen zich voort door te trappelen: een techniek die past bij hun motorische ontwikkeling. "We leren ze ook hoe ze om de zoveel tijd kunnen ademhalen, door het hoofd op te heffen of door op de rug te draaien."

Zeesterretje
Juliët werkt met zes kinderen per groep. "In een traject van dertien lessen leren zij de basisbewegingen van het overlevingszwemmen en maken we ze watervrij. Maar eerst bouwen we een vertrouwensband op. Dat is heel belangrijk op deze leeftijd." Juliët doet dat door de tijd te nemen en de kinderen nog iets individueler te benaderen dan bij de reguliere zwemles. "We zijn heel liefdevol. Het kindje moet voelen dat wij er zijn om het te helpen." Vervolgens wordt er heel veel geoefend. "En dan kunnen de kinderen al heel snel 'als een zeesterretje' op de rug drijven. Ze schrikken niet meer als ze in het water terecht komen. Ze trekken zich ook aan elkaar op."

Bij de Tweesprong dragen de kinderen in eerste instantie een drijfpakje om de beweging aan te leren. "Maar dat gaat ook elke les uit, want als het kind onverwacht in het water valt, heeft het dat pakje ook niet aan." Tijdens het volgende traject van dertien weken is er helemaal geen drijfpakje meer en draagt het kind een korte broek, T-shirt en schoentjes. Bij het laatste traject gaat het regenpak aan en de kaplaarzen en leren kinderen uit een bootje te kukelen en naar de kant te komen. Lukt dat? "Ja! We zijn dan al zo lang met die kindjes bezig. We bouwen het stap voor stap op, laten ieder zijn eigen tempo bepalen. Dan gaat het uiteindelijk vanzelf. Wij geven alleen de handvatten."

Juliët benadrukt het belang van plezier in de les. "Dat is ook wat ik tijdens de training bij Anja geleerd heb. Er zijn zoveel bange kinderen - vaak door toedoen van overbezorgde ouders. Wij laten ze zien dat water leuk is en door het plezier in de les te brengen, krijg je alles voor elkaar."

Verdrinking
Hoe reageren de zwemonderwijzers tijdens de opleiding? "Ze zijn vaak in eerste instantie wat afwachtend", merkt Van Raam. "Je werkt met heel jonge kinderen, zónder ouders. Voor sommigen is dat lastig. Maar tijdens de driedaagse opleiding zijn ze meestal snel om. Ze zien: als je het kind vertrouwen en ruimte geeft in het zwembad, dan leren ze snel. Het is net als met lopen, daarbij laat je een kind ook vrij om het zelf uit te vinden."

Leren overleven in het water is van groot belang. Verdrinking is voor kinderen onder de vier nog steeds een belangrijke doodsoorzaak. Vooral vanaf het moment dat kinderen kunnen lopen, vormen zwembaden en buitenwater een gevaar. "We scoren op dat gebied slecht in Europa", zegt Van Raam. "Terwijl het verdrinkingscijfer boven de vier jaar, als de gewone zwemles begint, juist relatief laag ligt." En ja, elk kind kan het leren, aldus Van Raam. Sommigen doen het in dertien weken - de standaardduur van de eerste cursus. Anderen in 26 of 39 weken. "Angst speelt vaak een grote rol bij de snelheid waarin een kind het leert. Maar na 39 weken kunnen ze allemaal overleven in het water én door naar het Zwem-ABC."

Veilig gevoel
Goede structuur aanbrengen in de les, dat is noodzaak, zegt Juliët. "Je hebt maar twee handen en het moet veilig zijn. Maar ik heb het nooit eng gevonden om met deze jonge kinderen te werken. Het is intensief, ik ben ook echt moe na zo'n les. Maar ik vind het de leukste lessen die ik geef! Die kinderen zeggen alles wat ze denken, het is een heerlijke leeftijd. En de kinderen vinden het geweldig. Tot nu toe zijn ze allemaal in hetzelfde groepje door gegaan naar het Zwem-ABC. Er heeft nu net een groepje kinderen van net vier jaar het A-diploma behaald. Dat gaat heel erg snel." De ouders zijn ook tevreden. "Ze zeggen dat het een veilig gevoel geeft, ook al weten ze heel goed dat ze moeten blijven opletten. Dat is fijn om te horen."

De training 'Overlevingszwemmen voor jonge kinderen' wordt aangeboden door NPZ Scholing & Training.